Je oren doen pijn als je hoort hoe vaak woorden als homo, lesbo, janet of gay nog gebruikt worden als scheldwoord. Zolang we die woorden als scheldwoorden gebruiken, wilt het zeggen dat het holebizijn nog niet als volledig oké gezien wordt. Waarom gebruiken we dit eigenlijk nog zo vaak? De meeste doen het uit gewoonte, omdat het constant gebruikt wordt en nemen het dus gewoon over. Dikwijls bedoelen ze het niet altijd slecht. Het kan nochtans echt kwetsend zijn, zeker bij iemand die nog niet uit de kast is.

Holebi- en transgenderjongeren binnen het jeugdwerk. Wie kijkt er vandaag de dag nog raar van op? Niemand…, en tegelijk iedereen! Holebi’s en transgenders voelen zich immers nog al te vaak anders, ook in de jeugdbeweging, jeugdhuis, kamp, speelpleinwerking of op school. Sociale aanvaarding door leeftijdsgenoten is nog steeds niet altijd evident. Wil je hen echter thuis laten voelen in je groep? Of wil je misschien deze groep jongeren ook bereiken als jeugdorganisatie? Dan zijn er een waaier aan mogelijkheden om lokaal aan de slag te gaan met het thema.

In het onderstaande document wordt er vaak gesproken over LGBT. LGBT is de verzamelterm voor holebi’s en transseksuelen (L= Lesbisch, G= Gay, B= Bi, T= Transseksueel)

Een aantal feiten op een rij: Op wettelijk vlak is er al een grote juridische gelijkheid in België voor holebi’s en transgenders. Zo kan een holebikoppel trouwen sinds 2003 , kinderen adopteren sinds 2006, … Maar er is nog werk aan de winkel.

Juridische gelijkheid is jammer genoeg nog steeds geen sociale gelijkheid

  • Homo, janet, lesbo wordt nog dikwijls gebruikt als scheldwoord bij 40% van de studenten .
  • 60% van de studenten vindt het schandalig moesten kleuters leren over holebi’s. Eens een holebi koppel laten verschijnen in een boekje leert kleuters dat dit ook normaal is.
  • 54% van de holebi-jongeren heeft ooit suïcidale gedachten gehad. 18% ondernam ooit een poging. Bij transgenderjongeren liggen deze cijfers nog hoger. 63% had ooit suïcidale gedachten en 22% ondernam ooit een poging.
  • 70% van holebi jongeren durft niet of maar gedeeltelijk uit te komen voor zijn/haar geaardheid in een sportclub.
  • 40% van de holebi-jongeren zegt het afgelopen jaar te maken hebben gehad met vervelende vragen, negatieve grappen of schelden. Het percentage LGBT-scholieren dat wekelijks met pesten te maken heeft, ligt met 16% maar liefst vier keer zo hoog als dat onder heteroseksuele leerlingen 4%. Zij ervaren een negatievere sfeer in de klas en een slechtere band met de docent. (Nederlandse cijfers)
  • Gemiddeld houden holebi-jongeren 3,5 jaar hun seksuele voorkeur geheim. Zij kunnen er in deze periode met niemand over praten en durven geen hulp te vragen. Ze zijn bang voor negatieve reacties of dat iemand het ‘grote geheim’ doorvertelt. Zij voelen zich eenzaam en kunnen geen positieve toekomst meer voor zich zien.’
  • 25% jongeren geeft in Nederlands onderzoek aan de vriendschap te verbreken wanneer iemand er voor uitkomt op hetzelfde geslacht te vallen. holebi-jongeren hebben in vergelijking met leeftijdsgenoten meer problemen thuis en ervaren minder goede relaties met hun ouders. Zij ervaren minder steun vanuit het gezin en kunnen minder met ouders over zorgen praten.