Een activiteit waarbij vaak een onderscheid gemaakt wordt in leeftijd, niveau, motieven en beweegredenen, en uiteraard ook in geslacht. Veel sporten zijn gebaseerd op parameters en er gelden verschillende prestatieverwachtingen. Je zou kunnen zeggen dat er veel in ‘hokjes’ wordt gedacht. Laten we de dingen zeggen zoals ze zijn: holebi’s en transgenders hebben het, anno 2016, nog altijd hard te verduren in de sportwereld.

Om een eenvoudig voorbeeld te geven: slechte verliezers roepen ‘vuile janet’ of ‘homo’ alsof dat ingeburgerde en doodnormale scheldwoorden zijn. Vaak beseffen sporters, begeleiders of supporters niet wat ze zeggen. Ze denken er niet bij na dat hun woorden iemand écht kunnen raken… De vraag is dan of het zo moeilijk is om jezelf te blijven tijdens het sporten. Uit onderzoek blijkt van wel. Een op de vier van ondervraagde holebi’s zegt bijvoorbeeld niets over zijn of haar geaardheid uit angst voor reacties.

Hoe moet het dan transgender personen vergaan? In het verleden zijn er al veel discussies geweest over transgenders in de sport of over vrouwen die een te hoog testosterongehalte hebben. Bij de Olympische Spelen in Rio in 2016 was er weer veel commentaar op de prestaties van de atlete Caster Semenya.

Het is belangrijk dat erover wordt gesproken, maar laten we dat objectief, geïnformeerd en genuanceerd doen. Het draait vaak om onwetendheid. Onbekend is immers onbemind. Velen weten niet wat bijvoorbeeld transgender zijn betekent, of wat er, psychologisch en fysiek, bij komt kijken. Onze interactie workshop kan in over deze situatie maar ook andere situaties een informatie- en inspiratiebron zijn voor velen, en kan drempels wegnemen om als homo, bi of transgender deel te nemen aan sport

Een aantal feiten op een rij:

  • Statistisch gezien heeft ongeveer 5% van de bevolking boven de 18 jaar een vrijwel uitsluitend homoseksuele of lesbische oriëntatie.
  • Homoseksualiteit wordt door onzichtbaarheid gemakkelijk niet (h)erkend.

Cijfermateriaal

In Vlaanderen zijn er weinig statische gegevens beschikbaar over het thema en sport. Daarom zijn onderstaande cijfers gebaseerd op internationale en Nederlandse onderzoeken.

  • 25% van de LGBT’ers is op de sportvereniging niet open over hun homoseksualiteit.

Onder biseksuelen is dat percentage zelfs 60% van de vrouwen en 70% van de mannen. Dit percentage is veel hoger dan bijvoorbeeld in familie- en vriendenkring.

  • 60% (internationale onderzoeken) van de LGBT’s wordt geconfronteerd met geweld (verbaal of fysiek) .

80% verbaal geweld zoals uitgescholden worden voor homo, janet of pot.
18 – 25 % verbaal geweld in de vorm van bedreigingen / onder druk zetten.
14 – 21 % psychisch geweld.

  • Uit een internationale studie van 9600 personen blijkt dat

85% gelooft dat een “zichtbaar – openlijke- holebi minder veilig zou zijn op een sport evenement.
80% gelooft dat sportomgevingen meer homofoob zijn dan de algemene samenleving.
70% van de jongeren geloven dat dat teamsporten niet veilig zijn voor holebi’s.

  • 75% van de Holebi‘ jongeren zitten –volledig of gedeeltelijk- in de kast zitten terwijl ze in een sportclub zitten. De meeste vrezen discriminatie van spelers, trainers, clubvertegenwoordigers.
  • Teamsporters hebben vaker te maken met opmerkingen over homoseksualiteit dan solosporters. Hoewel homo’s en hetero’s ongeveer net zoveel aan sport doen, mijden homomannen teamsporten zoals voetbal en zijn individuele sporten bij homomannen en lesbische vrouwen verreweg favoriet.
  • Transgenders stoppen bijna altijd tijdens hun transitie periode met sporten. Dit om moeilijke vragen en moeilijke situaties te vermijden.